Voortrekker, dat is de naam van de tabak die Wieger rookte in zijn pijp. De onmiskenbare geur ging over het hele voetbalveld als de wind gunstig stond. Het was beslist geen vervelende geur, een beetje zoet en vooral herkenbaar.
De huisarts van de familie, dokter Arts, stopte zijn brandende pijp in zijn borstzak en trok weer vrolijk aan diezelfde pijp zodra het onderzoek voorbij was.
Een van mijn eerste leidinggevenden, Eric, rookte een moderne pijp die een poosje in de mode was.
Ze hebben allemaal een ding gemeen, geen van allen rookt nog een pijp. De een gaf de pijp aan Maarten, de anderen heb ik nooit meer gezien, net zoals de pijp uit het straatbeeld is verdwenen, alles foetsie.

Zelf heb ik in mijn jonge jaren nog een aantal jaren om de hoek bij de Amsterdamse wijk De Pijp gewoond. Daar kon je toen nog een woning kopen voor de prijs van een Dunhill pijp.