‘Jij hebt steunkousen, nicht Alida, maar ik werd bijkans van de geitenwollen sokken gereden door een stuk schorem op een fatbike. Onherkenbaar door een lange hoodie met een grote capuchon. Zit vast onder de verdovende drugs, wat ik je brom.
Ja, vroeger hadden we hier onze eigen bromsnor. Maar de veldwachter is in geen velden of wegen te zien sinds hij buurtregisseur is en schorremorrie niet meer in de kraag vat: heerlijk in de monnikskapspier. Wie treedt er nu op als je goudrenetten tot moes worden gereden? – luister je wel?’
‘Hm… Ik lees in het buurtblad over een fietsongeluk laatst, “veroorzaakt door een onoplettende voetganger die ervandoor ging”. Er liggen flesjes abdijbier en appels over het fietspad bij het klooster.’


‘Luister je wel?’, heerlijke zin! Je kunt ze al niet meer verzekeren volgens mij, hier valt het aantal nog mee maar ik begrijp de irritatie.
Luc. Irritatie? Het is levensgevaarlijk.