Hij wilde wel, maar de jonge heer Vreeswijk kon nog niet het Kopje van Bloemendaal beklimmen. Dus zat hij bij vader achterop met zijn benen in de fietstas.
‘Vreeswijk is ontsnapt!’ Pratend tegen zijn ijshoorntje deed vader radioverslag van hun etappe. De kunst was om hun ijsje niet voor de finish te hebben verorberd. Soms slipte de fiets een beetje op het schelpenpad, maar vader kon goed sturen.
De duintop die door het klimmen der jaren vlakker leek, waar ze wedstrijdjes tegen elkaar reden, totdat vader nog wel wilde, maar niet meer kon.
Lotgenoten – direct of indirect – beklimmen massaal Alpe d’Huez om geld in te zamelen tegen die gevreesde ziekte, waaruit vader Vreeswijk bergafwaarts met het grootste verzet niet ontsnapte.


Een mooi verhaal, doet nostalgisch aan. (De benen in de fietstas herken ik!)
De laatste zin is voor mij een schilderij