Vroeger heette het een autovrij eiland. Toen werd de bagage vanaf de boot met paard en wagen verder gebracht. Op mijn tassen werd dan met krijt een onbegrijpelijke code gezet. Inmiddels is het eiland autoluw geworden. Bussen en taxi’s rijden af en aan bij de veerboot.
Gelukkig wordt er ook gerecycled: zo is er een museum vol kunst van wrakhout. De bio-industrie is een halt toegeroepen: minder koeien dus, maar wel echte eilander kaas.
Ik kom het liefst in de toeristen-luwe periode. Nadeel is wel dat er dan meer geklust wordt, dus wat meer lawaai en meer werkverkeer.
Genieten doe ik van het eindeloze gegak van massa’s ganzen. Ook zij vertrekken vóór het hoogseizoen aanbreekt.
We komen allemaal weer terug.

Recente reacties