Ze waren er bijna. Met, vanuit het kraaiennest, zicht op land belandde het schip in een zware storm. Metershoge golven sloegen het schip aan stukken. De mast brak als een jonge twijg, de scheepslading werd verzwolgen door de zee: voordat de houten kisten en tonnen willoos onder het wateroppervlakte verdwenen, dreven zij kort op woeste schuimkoppen.
De kaptein werd in zijn hut volledig verrast door het noodweer, de mannen in het ruim evenzeer. Martien en scheepsjongens Dirk, Piet en Jochem, die op dat moment aan dek waren, sloegen overboord. Op Piet na, konden zij zich vastklampen aan stukken wrakhout van het eens zo majestueuze schip. De waarde van de lading boeide niet meer. Hun eigen hachje was alles dat telde.


Ikke, ikke in optima forma! 🙂
@Alice: de tanker tegen de brug in Baltimore zal net zo’n effect op de bemanning hebben gehad.
Haha ja, @Luc. Of zoals De la Soul zingt: Me, myself and I.
@Lisette, Och ja daar zeg je wat… niet aan gedacht bij dit stukje (over) wrakhout.
Alice. Arme Piet, die redde het niet. Woest stukje.
Triest verhaal, goed verteld.
Bedankt Han en Lisette