In de jaren 50 luisterde men massaal naar de radio. Bijvoorbeeld ‘In Holland staat een huis’, geschreven door Annie M.G. Schmidt, beter bekend als ‘De familie Doorsnee’. Via de draadomroep identificeerde de luisteraar zich veilig met een doorsneefamilie. Woningnood was er toen ook al: ‘Hadden we maar een woninkie.’ Yohimbine en Viagra nog niet.
Annie schreef in die tijd ‘Jip en Janneke’. Kinderboeken over buurkinderen. Uit de tijd, de belevenissen van een jongetje en een meisje, die nog geen genderkeuze hebben gemaakt? – kinderen zijn kinderen.
Als jip-en-janneketaal een metafoor is voor duidelijke taal, schrijf dan niet ‘Jip-en-Janneke-taal’. Dat is zo fout als de kindertaal van een kleuter. Echter, desalniettemin, nochtans is oer-Nederlandse woorden op de woordenbrandstapel leggen een volwassen taalmisdaad.


Han, een vraag naar aanleiding van het bovenstaande stuk, is er een verschil tussen buurkinderen en buurtkinderen? (behalve een exta t?)
Luc. Buurkinderen zijn buren van elkaar en buurtkinderen komen uit dezelfde buurt.
Heldere uitleg, mooie jip-en-janneketaal. Thx
Luc, dank je wel.
‘je veilig kunnen identificeren’: een mooie zin, roept bij mij het beeld op van een warme kamer met velours gordijnen.
Jip en Janneke zijn tijdloos gebleken en daarnaast is het steggelen over woorden en het gebruik ervan van alle tijden.
Ik hou meer van ‘klare taal’ spreken, maar kan toch ook erg genieten van een ‘deftiger vocabulaire’. Taal is gewoon mooi.
Alice, dat is zeker de sfeer. Steggelen is wat anders dan normale woorden bij gebrek aan taalkennis op de brandstapel te leggen. Taal moet duidelijk zijn en taal moet je ook leren.
Ik ben ook opgegroeid met Jip en Janneke. Ik werd boos op mijn vader als hij eruit voorlas. Hij sprak de namen op zijn Engels uit, zoals Janis Joplin. Nu hebben mijn ouders een hond, genaamd Janis. Zij worden boos als ik die naam op zijn Nederlands uitspreek.
Goed dat je ons op de spelling wijst van jip-en-janneketaal. Ik wist van de streepjes, rode-en-wittewijnglazen?
Lousjekoesje. Dank je wel. Ja, je moet het even weten… Rode- en wittewijnglazen.
Ah, toch die spaties hier.
Dan:
bassie-en-adriaantrui
peper-en-zoutstel
rode- en wittebloedlichaampjes
Lousjekoesje. Voorbeeld 1 en 2 zijn juist: een combinatie van woorden met koppeltekens.
Nummer 3 is onjuist. Dit is een foutieve, zogenaamde samentrekking. Die mag alleen bij woordgroepen. Rode/witte bloedlichaampjes zijn geen woordgroepen, je schrijft het los.
Juist is: rode en witte bloedlichaampjes.
Ah, jammer.
Ik concentreer me wel op de d- en t-fouten…