Het rommelde kort in de verte. De strook gitzwarte lucht kwam langzaam dichterbij gedreven. De campinghouder liep in een drafje over het terrein.
‘Let u op uw luifel? Het gaat straks serieus spoken,’ riep hij omhoog wijzend tegen zijn vaste gasten.
‘Auchtung, es kommt heftiger Sturzregen und Gewitter,’ waarschuwde hij vervolgens de Duitse mini-enclave naast het reeds gesloten openluchtzwembad.
Verbazingwekkend hoe warm het nog was deze tweede week van oktober. Is oktober warm en fijn, het zal een scherpe winter zijn was de uitdrukking. Die vrieswinter zie ik nog niet komen, dacht hij.
Er zat volgens het KNMI na deze plensstrook zelfs weerherstel in. Maar eerst moest dit schip met zure appelen nog passeren.
‘Mijnheer. Uw cabriokap … misschien even sluiten?’


Deze camping houder is werkelijk een gastheer. Als een vader voor zijn gasten zie ik hem -in korte broek, vrijheid van de lezer- over zijn camping rennen.
En ja, wat genieten we van het oktoberweer!
Ja, fijn, zo’n campingbaas. Ik ben bang voor onweer. Zelfs al voor een beetje donkere lucht.
Tijdens mijn 1e vakantie zonder ouders zat ik in een tentje in Zuid-Frankrijk tijdens onweer. Ik vluchtte in paniek naar het toiletgebouw en mijn tentmaatje sleepte me weer terug naar ons tentje.