‘Wat een drukte. De stad lijkt wel één felgekleurde inloopkast. Doe maar een citroentje. Zonder suiker.
Vroeger was het nog overzichtelijk. Hoe moet ik nu weten wie wat is als ze het zelf niet eens weten? Maar ik zal wel weer de zure cynicus zijn.
Naast mij wonen twee jongens van nog het oude soort. Ik schrok me eerst te pletter door dat blauw-gele vlaggetje op de deur. Maar het zijn geen Oekraïners. Björn en Billy, alsof ze samen uit de IKEA-kast zijn gekomen. Schatten! Introvert, maar aanwezig. Wat ze in bed doen hoef ik niet te weten.’
‘Andersom ook niet, denk ik.’
‘Extraverte mensen laten zich zó vaak zien dat ze niet meer opvallen en opgaan in de massa.’


Mooie tegenstelling:Introvert, maar aanwezig
Billy: altijd weer een teveel aan beslag. De grote stad, daar loopt inderdaad alles door elkaar (in mijn ogen). Het stuk doet me ook denken aan “grumpy old men”, maar daar bedoel ik niet de schrijver mee.
Levja, dank je wel!
Luc. Op een groter oppervlak kan er ook meer door elkaar lopen bij evenementen.
Hoe kun je vragen om verduidelijking zonder de clou te verklappen…
‘Trots op knäckebröd?’ Daar was vorig jaar toch een aanslag…?
Lousjekoesje. Nee, dat heeft er niets mee te maken.
Lousjekoesje. Weleens van ‘een parade’ gehoord, in Amsterdam onder meer? Zo’n beetje de hele maand.
Ja, dat bedoel ik ook. Ik verwarde pride met proud… Lekker slim.
Een mooi inkijkje in het hoofd van deze cynicus. Leest prettig. En ja, zijn inzicht in de laatste zin kan zomaar kloppen.
Alice, dank je hartelijk.