Een groot contrast van geuren: de straten of stegen van de dijk af dienden als openbaar toilet voor degenen die het na cafébezoek alsnog niet konden ophouden en dus maar ergens – eh… ja waar eigenlijk? Tegen de muur van een huis? Zomaar, op de straat? Ik hoef het niet te vragen .
Ik bedenk dat ik een aantal jaren gedraaid heb in een deejaycafé in één zo’n zijstraat en die bijzondere geur was wel weg. De Dijk zelf is ook eigenlijk geen uitgaansgebied meer.
En die andere geur, die is ook verdwenen. Die hoorde bij de zeepfabriek De Vergulde Hand, die als alle industrie de stad uit moest. Na al die eeuwen verhuisd naar Vlaardingen. Ik gebruik de scheerzeep nog wel.


Geurend verteld. Ik kan het nu ook ruiken…
Geuren doen veel met je. Het maakt je hongerig, verliefd en weemoedig. Maar het waarschuwt je ook voor gevaar of het maakt je ziek.
Zelf heb ik het gevoel van thuiskomen als ik mest ruik… Nee, ik woon niet op een boerderij en heb ook geen vee in de tuin. Maar daar is mijn dorp wel mee omringd.
Wat een nare gewoonte is/was dat toch! In de stad waar wij uitgingen was ook zo’n steegje, een hoekje in die steeg eigenlijk. En op iedere baksteen van de muur een uitgekauwd bolletjes kaugom geplakt (inmiddels best een mooi kunstmuurtje geworden).
Toen ik een aantal jaren geleden sinds lange tijd weer door het steegje liep, zag ik dat de gemeente een ijzeren plaat in de hoek heeft gemonteerd. Plassen kan nog steeds, maar de dader heeft meteen natte voeten. Slim bedacht.