‘Ben je hier bekend?’ vroeg hij.
‘Het ligt eraan,’ lachte ze. ‘Waar ben je naar op zoek?’ – ze was aantrekkelijk vreemd.
Met de tijd vervreemden twee bekenden tot onbekenden die zich niet meer aan elkaar voorstellen. Nietszeggende stemmen die elkaar overstemmen.
Nooit genoeg, behalve van elkaar.
Wat is van wie, wie krijgt wat en wie wil alles?
Als alles materieel is, is niets haar te veel.
Een vreemde machtswellusteling in een toga weet van niets, maar deelt een mokerslag uit. En hij? Hij moet machteloos aftikken. Een vergenoegzaam lachje om haar zwijgende mond als herinnering aan zijn onbeantwoorde vraag naar een onbekende weg, die hij nooit had moeten stellen. Te laat heeft hij haar leren kennen. Vreemd is ze gebleven.


Mooi Han, knap zo’n hele levensloop van een relatie in een paar alinea’s.
‘In de tijd…’ klinkt mij wat vreemd in de oren. In de loop van de tijd, of In de tijd daarna, of Met de tijd?
Inge. Dank je. Ik heb het veranderd in met de tijd.
Mooi, Han.