‘Die koelbox is zwaar, Vreeswijk. Zullen we hier gaan zitten?’
‘Neen, nicht Alida. Zeker bij die scheppende koters. Bij die paal links is het rustiger.’
‘Weet je nog dat jij toen in die kuil viel?’
‘De Duitsers laten altijd narigheid achter, Alida.’
‘Hier is het zand hard, Vreeswijk.’
‘Ja, dan kan ik mijn parasol er beter in krijgen.’
‘Kan ik niet bij je onder de parasol liggen?’
‘Neen, dan denken de mensen dat we bij elkaar horen.’
‘Nou, dat doen we toch ook?’
‘Doe niet zo incestueus, nicht Alida – waar is de zonnebrandcrème?’
‘In de koelbox. Ik ga de zee in.’
‘Vies spul, Alida. Het kleeft en stinkt zuur.’
‘Ik heb dorst. Hè, heb jij van mijn yoghurtdrank gedronken, Vreeswijk?’


@Han: getver, ik hoop maar niet dat de zonnebrandcrème niet in hun mond terecht komt…
Sorry: ik hoop maar wel dat de zonnebrandcrème niet in hun mond terecht komt.
Soms denk ik dat Vreeswijk een nog ademend fossiel is uit vervlogen tijden. Grt.
Luc, ik laat hem nog maar even ademen.
Lisette, haha, dat is inderdaad niet te hopen.
Hè bah! Wat vies (Louise)
Wel een zonnige 120w! Opdat er nog maar veel mooie dagen mogen volgen.
Alice, dat hoop ik met je!
Haha!
Misschien is het juist wel goed voor je huid. Ik denk aan Cleopatra, die ging baden in melk.
Alice, hou mij erbuiten. 😉