‘Neen, nicht Alida, als jij zegt dat mijn zelfbeeld niet klopt, dan ligt dat aan jouw beeldvorming, een geestelijk selfie. Als ik jou vraag om een selfie van mij te maken, wat zeg jij dan?’
‘Dat het dan geen selfie is, Vreeswijk.’
‘Nu zijn we er.’
‘Waar?’
‘Dat mijn zelfbeeld niet jouw beeld is, Alida. Jouw beeld van mijn zelfbeeld is niets anders dan een projectie van dat van jou, dat komt door je geringe lengte.’
‘Ik heb geen laag zelfbeeld zoals jij, Vreeswijk. Het gaat erom dat jij ziet wie je bent. Kijk in de spiegel!’
‘Jouw spiegel hangt te laag voor mij, Alida.’
‘Ga dan door je knieën.’
‘Ik hoef me toch niet aan jou aan te passen?’


Oef, nicht Alida en de heer Vreeswijk zullen elkaar nooit aan een reëel zelfbeeld helpen. Helaas zijn zij daar niet alleen in.
Wat mij betreft mag de slotzin een tikkeltje sterker.
Levja, ik wilde het juist subtiel houden en op ‘aanpassen’ het accent leggen.
Met plezier gelezen. Grt
Ja, Han, dat is heel mooi. Van de heer Vreeswijk en van jou.
De beste Vreeswijk wordt wat milder, heb ik het idee. Niets mis mee. Straks vertelt hij zijn voornaam nog 😉
Luc, dank je wel!
Levja, de heer Vreeswijk is ook maar een mens… Je weet maar nooit.