De gefrustreerde juffrouw vond het nodig om je van achteren te benaderen en je armen keihard op je tafeltje te kwakken: ‘Handen boven tafel!’ Alsof jij als kind deed wat zij wellicht als oude vrijster ’s nachts zelf onder de dekens uitspookte. Als je wat zei, kreeg je een oorvijg toe. Ze was ‘streng doch rechtvaardig’ werd er gezegd – hoezo rechtvaardig?
De norse buurman, die van zijn vrouw alleen in zijn geparkeerde auto mocht roken, vierde zijn frustratie bot op kinderen die over ZIJN stoep rolschaatsten. We rolschaatsten rustig door en lachten hem uit toen hij de motor van zijn Fiat 850 tegen de vrieskou met een dekentje had toegedekt, maar dat de volgende dag bij het starten was vergeten…


In mijn lagere schooltijd was er slechts één meester die de oorvijg uitdeelde. De man stond erom bekend zelfs. Andere tijden…grt.
Luc. Wat je zegt, andere tijden.
@Han: onze bovenmeester (wat een term eigenlijk) was een erkende driftkop en een alcoholist, die daarmee zijn frustratie over zijn polio-been wegdronk, maar dat begreep ik later pas. Hij zette deugnieten (of boefjes) in de aula onder de grote klok, en schopte hen dan tegen hun achterste. Wat een ellendige tijd, wie weet komt mijn weerzin tegen dit soort geweld wel vandaan.
Bitterzoete herinneringen
Lisette. Je kunt je haast niet voorstellen dat dit getolereerd werd.
Alice. Vooral bitter. Gelukkig was dit mens een uitzondering.