De zaal is indrukwekkend. Grote kroonluchters wiegen het licht zachtjes door de zaal. Geroezemoes en zacht gesnik echoot door de ruimte.
‘Hij komt zo,’ wordt gefluisterd.
Het geschal van trompetten kondigt hem aan. De zware houten deuren worden opengeduwd. Met grote passen beent hij naar binnen.
‘Opschieten!’ schreeuwt hij. ‘Geen tijd te verliezen.’
Gisteren heeft zijn voorganger haar mantel verscheurd, ze is afwezig. Zij was met gezang en feestelijkheden ingehuldigd, maar hij wordt begeleid door doffe knallen en scherp geratel dat van buiten naar binnen dringt. Het nieuwe tijdperk slaat in deze sobere ceremonie snel zijn koningsmantel om en beent weer weg, de stoet gekleed in krijgstenue holt achter hem aan.
De dood kijkt tevreden toe vanaf de eerste rij.


@Hadeke:Een stukje om nog eens te lezen en om over na te denken!
Ha Hadeke, ik heb dit stukje nu een aantal keer gelezen. In de eerste plaats vind ik het indrukwekkend. Nog steeds vat ik de zij-persoon niet. Even dacht ik aan het oude tijdperk, maar tijdperk is onzijdig. Misschien omdat een koningin ook een koningsmantel draagt?
Je doet me een groot plezier als je het wilt toelichten.
Dank voor de reacties Levja en Sunflower.
@levja: Het is inderdaad wat verwarrend 😉 Het gaat om de wisseling van twee tijdperken. Het oude tijdperk vond ik een ‘zij’ en het nieuwe een ‘hij’, maar ’tijdperk’ is inderdaad onzijdig.
Dank je, Hadeke. Dan heb ik het toch in de goede context gelezen.
Misschien een idee om van tijdperk tijdgeest te maken?