‘Wat hebben die mensen nu aan een knickerbocker, Vreeswijk?’
‘Hij is nog van vader geweest, nicht Alida.’
‘Het is daar koud.’
‘Er zitten lange kousen bij, hoor. Nog door moeder gestopt.’
‘Dan krijgen die mensen en koude benen én blaren onder hun voeten. Gooi weg dat ding.
O kijk, die lange jas kunnen ze wel gebruiken, Vreeswijk.’
‘Dat is vaders jagersjas! Weet je nog, mijn koningsmantel, Alida?’
‘Ja, en ik was slechts hofdame…’
‘Ik heb nu eenmaal het postuur ervoor.’
‘Niet eens prinses. Ik haatte dat spel. In de bak met die jas!’
‘Meneer, wat doet u daar?’
‘Eh, u zult wel denken, maar mijn nicht heeft per ongeluk een jas in…’
‘U moet zich diep schamen. Jatten van vluchtelingen!’


@ Han: Goed geschreven en met plezier gelezen.
Sunflower, dank je hartelijk.
Heb ik ook met plezier gelezen.
Lousjekoesje, dank je.