Hij kan er wat van die Spaanse Sjonnie, hij is verzot op verlovingen. De ene schoonheid met ravenzwarte lokken na de andere beminnelijke Moorse Maria, hij lust ze allemaal. Rauw.
Want enige vorm van bescheidenheid of empathie is bij hem zeer ver te zoeken. Als ware het een verslaving zie je hem grijpgraag op jacht naar de volgende, telkens weer zodra de dame van het moment niet meer kan.
Hij neemt ze. Geeft niks terug, verslindt alles wat mooi is en laat een verlept veld vol uitgebloeide poppies achter. Al die arme meisjes, ontgepassioneerd, liefdesleeg en uitgezongen verdwijnen ze in de koude coulissen. Een balletkoor dat nooit meer zal dansen.
Geen roodsprankelende bloemblaadjes meer, alleen nog een doos vol zaadjes.

Puur natuur!