‘Ik zit ergens mee. Ik was nogal verlegen. Na een paar borrels heb ik haar zomaar gezoend. En niet een kusje… als ik iets doe dan doe ik het goed. Ze schrok zich rot en gaf me een klap. Nu vraag ik me af, was dat nu wat ze bedoelen met, nou ja, waar ze iedere dag over praten. Was ik strafbaar? Ze was pas 17. Jij hebt toch rechten gestudeerd, kun je ‘ns in de jurische pr… hoe heet dat, kijken?’
‘Jurisprudentie. Als je het niet had gewaagd waren jullie nooit getrouwd.’
‘Ja, dat is wel waar, maar toch…’
‘Jaap, ze was gek op je!’
‘Zou je denken?’
‘Echt waar.’
‘Zo jammer dat ik geen sorry meer kan zeggen.’


Wat een vertederend verhaal in deze barre tijden. Mooie laatste zin! Spijtig dat er geen sorry, en wat al niet meer, meer gezegd kan worden.
Alice. Ja, dat is zeker spijtig.
Han: de cynische ondertoon spat er af
Berdien, ik noem het liever ironie.
Ironisch dat ze toch zijn getrouwd en verdrietig op het einde.
Lousjekoesje. Zo kan het gaan…