Te pas en te onpas wordt dit zogenaamde signaalwoord gebruikt, zonder erbij na te denken. Vaak drukt het geheel onschuldig een tegenstelling uit, lijkt het meer op een stopwoord midden in een zin: ‘De feestdagen waren gezellig, maar ik ben blij dat ze weer voorbij zijn.’ Je loopt gewoon weer door.
Maar… soms geeft ditzelfde maar een verkeerd signaal af. Als een veelpleger van ‘huisbezoeken’ aan bewindslieden met een brandende fakkel over straat loopt, is deze intimiderende gestoorde niet op weg naar de Olympische Spelen in China. ‘Ik keur bedreiging en geweld af, maar ik begrijp hem wel,’ geeft een beangstigend signaal af. Maar ook een politiehond die een man liggend op straat in zijn been blijft bijten, zeg maar.


Ik maak me vaak schuldig aan maar, maar ik zal erop letten Han.
Luc. Wie niet? Maar het gaat hier om de context.
Leuk om te weten: Jeroen Brouwers, een groot schrijver (die de wijsheid zeker niet in pacht heeft), zegt het volgende hierover: wie meer dan twee keer ‘maar’ op één pagina gebruikt, mag zichzelf geen schrijver noemen. Nogal gechargeerd natuurlijk, echter, het woordje ‘maar’ staat al wel heel lang op mijn lijst van zo min mogelijk te gebruiken woorden.
Ewald, de een zegt zo min mogelijk signaalwoorden gebruiken en de ander propageert ze juist. Doseren lijkt mij het beste. Inderdaad, ik kijk ook of ik ‘maar’ en andere woorden niet te veel gebruik en vooral niet in opvolgende zinnen. Wat dacht je van ‘nog’?
Han, ‘nog’ staat nog niet op mijn lijst, maar zou er zomaar op kunnen komen – alsof er nog niet genoeg op staat.
Ewald. Er zijn zelfs van die zogenaamde tools die de lengte van je zinnen meten, de gekozen woorden et cetera. Ik ben geen robot en een bepaalde vorm van spontaniteit, authenticiteit wil ik toch wel behouden.
Dat ben ik met je eens, Han, maar het kan geen kwaad jezelf te controleren op het overmatig gebruik van bepaalde woorden.
Ewald. Dat zeer zeker. Bij gebrek aan beter, moet je je eigen redacteur MAAR zijn.