‘Komt Truus?’ vraag hij zijn dochter.
‘Ja. Zeg alsjeblieft niets…’
De karaktereigenschappen van Truus zijn complexer dan het kerstmenu.
‘Nee,’ antwoordt hij zonder te luisteren. Er zijn van die zuurpruimen die je niet interesseren. Als ‘illegaal’ vijfde wiel aan de coronawagen heeft ze zichzelf uitgenodigd. Truus is zielig. Ze zal wel net zo gepamperd worden als dat ze van huis is gegaan.
Truus zit aan tafel, zijn dochter wijst hem zijn plaats… Naast Truus.
‘Bij ossenstaartsoep denk ik altijd aan wat langs die staart is gelopen,’ zegt Truus. ‘Even naar de wc.’
Hij hoort dat ze haar handen niet wast. Zijn dochter kijkt hem aan. Hij zegt niets.
Bij het toetje, pruimen op sap, kost hem dat nog meer moeite.


Misschien een citroentje met suiker voor Truus?
Alice, goed idee!