In tegenstelling tot andere dagen, fietste ik die dag vlak voor kerst, voorzichtig naar huis. Aan mijn stuur bungelde een zespuntige ster. Wekenlang waren we elke vrijdagmiddag bezig geweest. Begonnen met een vierkante papieren kubus waarna ik lange kegels op elk vlak had geplakt. Toen de juf zei dat ik hem als versiering mee naar huis moest nemen, schrok ik. Want dat kon niet; kerstbomen waren zonde, zelfs een kerstbakje ging linea recta naar het grof vuil. Een kerstster zou geen beter lot beschoren zijn.
Thuis aangekomen stalde ik mijn fiets stilletjes bij het brandhok. Even later bungelde de ster boven oude kranten vol met oliecrisis en koude oorlogen. ‘Dag ster’, zei ik zachtjes en tevreden liep ik naar huis.


Hier word ik zo verdrietig van.
Traantje hoor.
Ik voel met het kleine jongetje mee, nou ja, dat weet ik niet helemaal zeker. Maar als lezer/toeschouwer stemt het me, als Levja en Lijmstok, echt verdrietig. Dat je als kind/mens niet de kans krijgt om opgetogen en blij te zijn met je eigen creativiteit.. Da’s pas zonde
Knap hoe je in zo weinig woorden, zoveel verhaal weet te vertellen.
En toch had hij het een beetje voor elkaar. Mooi beschreven