‘Je bent vroeg met je kerstversiering.’
‘Ik kan niet wachten. Het leven is een feestje maar…’
‘Ja, de rest moet je maar zingen, vind je niet? Treed je nog op met de kerst?’
‘Als de boel niet dichtgaat wel. Dubbele gage.’
‘Eerst voetballer, daarna zanger, zelfs verslaggever en dan nu een boek. Wist je dat je kon schrijven?’
‘Strafwerk op school. Haha! Ja, ik schrijf humoristisch.’
‘Hoe kwam je op het idee?’
‘Met alle respect, ik heb meer meegemaakt dan Amalia. Ik zat in de auto op de terugweg van een schnabbel en dacht dat het wel interessant is voor de mensen om mijn biografie over mijzelf te lezen.’
‘Autobiografisch dus?’
‘Nee, dat is gevaarlijk. Ik heb het thuis geschreven.’


Han, klopt het derde deel van de derde zin? Grt
Luc. Waarom zou het niet kloppen?
Ik had er waarschijnlijk een letter meer geschreven, heb het opgezocht, moet zeggen dat de uitleg niet glashelder is of ik…
Grt.
Luc. Het leven is een feestje maar…’ Dit is een onderbreking, door de vragensteller veroorzaakt. Zie de volgende zin.
Luc. Vroeger was het zo dat als je een zin afbreekt, je een spatie plaatst en vervolgens het beletselteken. En als je een woord afbreekt geen spatie plaatst. Tegenwoordig is dat verschil er meestal niet meer in de literatuur. Ik plaats die spatie in ieder geval nooit.
Volgens mij bedoelt Luc Treed je …Je is hier jij en dus geen t …
Levja, correct. grt
Luc, Levja. O… dat is niet de derde zin. Uiteraard zonder t: je staat achter de persoonsvorm.
Het is maar hoe je telt, Han. 😉
Levja, de BN’er en de uitgever tellen vooral hun geld.
Dat is zo, Han en zo zijn er velen. Dat was niet wat ik bedoelde, maar dat geeft niet.
Levja, dat begreep ik al, haha.
Han, excuus voor de verwarring, er zit inderdaad veel verschil tussen zin en regel. Grt