Ik zit op het toilet en voel me bezwaard. Mij is een telefoon in consignatie gegeven. Niet van mij maar die van een van de dochters die ik niet heb. Fictie in non-fictie. Moet kunnen. Ik durf er niet op te kijken en heb de telefoon voorzichtig op een stukje toiletpapier in het fonteintje gelegd. Hans Grohe gromde heel kort. Ik mag immers niet met een telefoon op het toilet. Dat is vies. Maar mijn vrouw heeft de telefoon wel aan mij in bewaring gegeven. Vreemd toch? ‘Uitzondering bevestigt de regel’ hoor ik haar zeggen nog voor de gedachte bij mij opkomt. Tis wat. Mijn nieuwsgierigheid wint het van de reinheid. Ik swipe. Een bruine veeg. Nee. Ik vergis me.

Mien. Smakelijk stukje, om onder het genot van een stukje gebak te lezen. Je hebt in ieder geval nog geluk gehad, want je zult ze de kost moeten geven, die het lot tarten tijdens toiletbezoek en hun Samsung Galaxy zien wegglijden tussen zeven kleuren excrementen.
Zeker smakelijk stukje als ik het lees op de wc en op mijn telefoon