‘Maar u kunt toch niet zomaar uw kleinkind bij ons dumpen.’
‘Wat moet ik anders, heb tegen mijn dochter gezegd twee uur. Nu is het al tien over twee en moet naar kapper.’
‘De school is al gesloten, u kunt uw kleinkind naar de BSO brengen.’
‘Hoeveel schoolgeld betaald mijn dochter en meer onzin kosten. Jullie zijn verplicht om dit te doen. Mijn man is bankier, jullie kunnen haar toch als consignatie aannemen. ’
‘Maar mevrouw ze is uw kleinkind, de gratis BSO is hier om de hoek.’
‘Wat heb ik nu gezegd, hier 100 euro.’
‘Dat kan ik niet aannemen, ik bel uw dochter waarom ze te laat is.’
‘Bel maar, ik ga naar de kapper. Kom oma een kus.’

De clou in de laatste zin vind ik geweldig. Uit het leven gegrepen.