Op een dag was hij er ineens: Menno. Bij ons in de klas, zomaar midden in het schooljaar. Niemand heette in het dorp Menno. Hij was groot, had heel zwart haar en hij kon niet stilzitten. We hoorden dat het een pleegkind was. Menno had ook een zusje, dat natuurlijk op de meisjesschool zat en dat “een brutaaltje” scheen te zijn. Dat had ze dan gemeen met haar broer, want ook Menno ontpopte zich weldra tot “een jongen met een grote bek”. Op een broeierige vrijdagmiddag maakte hij het zo bont dat de meester hem de klas uit stuurde. ‘Echt niet, ouwe zak’, waren de woorden die ervoor zorgen dat het muisstil werd. Huilend holde onze onderwijzer de gang op.

Willem, bond of toch liever bont? Ik geloof zeker dat de andere Menno blij zal zijn met deze prachtige anekdote. Grt
Ach natuurlijk met een ’t’ Luc (bedankt!).
Willem. Een buitenbeentje in een dorp. Leuke anekdote.
stil zitten – stilzitten
Goed geschreven, ieder dorp kent wel een Menno in het dorp. We wonen zelf in een dorp daarom mijn antwoord
Han, bedankt (ik pas het aan);
Lisa, bedankt (en grappig dat het herkenbaar is).
Hoi Willem,
Jarenlang ben ik al ‘gast’ op 120W. Tijdje afwezig geweest ook. Nu probeer ik lid te worden. Maar de redactie geeft niet thuis. Weet jij of Frank op vakantie is misschien? Groet, Mien
P.s.: Leuk stukje by the way
@Willem: benieuwd wat Menno zelf voor herinnering aan dit voorval zal hebben?
Lisette, hij leeft (al heel lang) niet meer.
Naamgenoten zijn schaars. Gelukkig ben ik blond en heb ik de meester nooit huilend op de gang gekregen.