Een ongeadresseerde brief zonder afzender met een tekening van een man boven op een trein.
Juichend steekt hij zijn handen als harken in de lucht. ‘Dat ben ik. We zijn bevrijd!’ schrijft mijn vader. De ondergrondse haalt de brief op bij zijn onderduikadres en bezorgt hem bij mijn moeder.
Vier maanden daarvoor uit Duitsland gevlucht. Precies op zijn 25ste verjaardag loopt hij op oude damesschoenen met poetslappen als sokken en engeltjes op zijn vermoeide schouders de grens over. Wehrmachtposten op zijn weg, blijkt later.
Zijn dilemma: linksaf richting Amsterdam of rechtsaf naar Boer Ter Keurs uit Rijssen, zijn oude mobilisatieadres…
‘Je komt de IJssel niet over. Ik haal de dokter.’
De boer redde zijn leven, maar niemand kon hem bevrijden.


Beste Han, de verhalen op 4 en 5 mei van jouw hand betreffende de familiegeschiedenis zijn van een exceptioneel mooi en hoog gehalte. Het leest prettig weg, het raakt je, het drama spat eraf.
Ic dacht Ewald het al eens geopperd had, hier moet je echt wat mee doen, schrijf een bundel of een boek, het onderwerp is te bijzonder om niet verteld te worden. Heel erg mooi Han. Grt.
‘engeltjes op zijn vermoeide schouders’, mooi hoor…
Luc, bedankt voor je sympathieke reactie. Inderdaad, Ewald heeft het er ook over gehad. De meeste van deze verhalen, zij het in een andere vorm, staan in mijn boek ‘Beton (Arbeitseinsatz)’. Misschien ga ik het herschrijven.
http://www.hanmaas.nl/419145317
Robbedoes, dank je wel.
Han, Mooi, stemt tot nadenken elk verhaal weer.
Menno, dank je wel!