‘Goedemorgen, meneer. Hetzelfde als gisteren?’
‘Hoe moet ik dat weten? Mag ik 150 kerstbroden?’
‘Haha. U bedoelt natuurlijk paasbroden.’
‘Ja, dat zeg ik toch? 150 paasbroden. Voor de nieuwe Kamerleden.’
‘Haha, nee hoor, u zei kerstbroden.’
‘Nee, dat heb ik niet gezegd.’
‘Jawel!’
‘Wanneer dan?’
‘Zojuist.’
‘Misschien vergiste iemand voor mij zich?’
‘U bent de enige hier.’
‘Ja, dat is waar. Dat gevoel heb ik wel vaker de laatste tijd…’
‘Niet alle 150 leden zijn toch nieuwelingen?’
‘O nee? Nou, daar heb ik dan verkeerde herinneringen aan.’
‘Wilt u er tasjes omheen?’
‘Waaromheen?’
‘De paasbroden!’
‘Paasbroden?’
‘U bestelde toch “kerstbroden”?
‘Ja, waarom wilt u mij dan paasbroden verkopen?
Tjongejonge, sommige mensen mankeert het écht aan hun geheugen.
Fijne kerstdagen, mevrouw.’


Leuk stuk Han.
Dank je wel, Menno.
Er zit ook verdomd weinig verschil in een Paas- en een Kerstbrood Han. Toch vermakelijk. Grt
Luc. Als je de tijden maar weet te onderscheiden.
Leuk Han, ik heb die vergissing ook een paar keer gehoord de laatste tijd. Leuk gecombineerd met de tweede-kamer-perikelen.
Inge, dank je wel.