‘Is het omdat je je moet identificeren, Sal?’
‘Nee, Jakob. Vijf jaar heb ik iedere dag mijn identificatie moeten laten zien. Ze mogen zichzelf ervan overtuigen dat ze allang weten wie ik ben.’
‘Maar waarom ga je dan niet…’
‘Met die jicht zie ik geen kans om mijn mocassins naar het stemlokaal te brengen.’
‘Je kunt mij ook machtigen – nou, kijk me maar niet zo aan…
Of ik help je per post te stemmen. Gewoon goed lezen. De ene envelop moet dan weer in de andere. Uh… of net andersom… Nou ja, daar komen we wel uit.’
‘Denk je dat ik mesjogge ben? Waar is de dichtstbijzijnde brievenbus?’
‘In de Parklaan.’
‘En waar is het dichtstbijzijnde stemlokaal?’
‘In de Parklaan.’


Des Hans (of Han’s?).
Willem, nee hoor, gewoon des Sals. Heeft niets met mij te maken.
Dat zal je altijd zien. Er zijn sinds enkele jaren ook veel minder brievenbussen dan vroeger.
Ewald. Dat heeft mij inderdaad geïnspireerd. Ze verdwijnen met de postkantoren mee.