‘Waarom pikt dat mens continu in mijn kuif?’ zei Pientje tegen Sjuultje.
‘Sinds Robbie weg is, loopt ze bazig.’
‘Waar is Robbie heen?’
‘De soep in.’
‘Hé bah.’
‘Bah, is het juiste woord. Maar Beppie is veranderd, en niet ten goede.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Ze legt geen eieren meer, stapt als Napoleon rond, kukelt ‘s morgens belachelijk vroeg.’
‘Ja, nu je het zegt. Dat lijkt steeds meer op kraaien, en ze staat maf op het hok te pronken.’
‘Ze heeft last van de “Omhaanse Identificatie Procedure”.’
‘Shit zeg: de O.I.P.!’
‘Hanig kippie, die Bep.’
‘Wacht maar, de baas merkt vanzelf dat ûs Beppie geen eieren meer legt.’
‘SOEP!’ riepen ze samen.
En vrolijk kakelend pikten de beide dames het graan.

Menno, aardig verhaaltje. Jammer van de labels zoals ‘zei’, ‘antwoordde’… Soms is hieraan niet te ontkomen, maar in dit geval veelal wel. Bijvoorbeeld:
‘Sinds Robbie weg is, loopt ze bazig,’ antwoordde Sjuultje.
‘Waar is Robbie heen?’ vroeg Pientje.
‘Sinds Robbie weg is, loopt ze bazig, Pientje.’
‘Waar is Robbie heen, Sjuultje?’
Hallo Han, goede opmerkingen. Ik ga er even op kauwen en wellicht dat ik het stukje omgooi. Maar als je met z’n twee bent, ga je niet elke keer elkaars naam noemen. Dat klinkt niet logisch….. mmmm….
Menno, het is maar een voorbeeld. Als je een dialoog schrijft, dan kun je ook vaak volstaan de namen (verder) weg te laten; dan is al duidelijk dat het gesprek om en om gaat.
Geinig Menno (je gaat steeds meer op Han lijken 🙂 )
Bedankt Willem, op Han lijken is een eer.
Hallo Han, omgewerkt, zo beter? Kon ik Beppie direct in een beweging op het hok zetten.
Menno. Veel beter, ‘echter’. Alleen zou ik nu nog van ‘zei’ Pientje, ‘zegt’ Pientje maken. Het verhaaltje is in het heden geschreven.
Han, de kippen praten natuurlijk in tt, het verhaaltje zelf vt
Vaak is er toch slechts sprake van één haan? Dat zou dan ook in de titel kunnen. Grt.