‘Opa, moet je horen wat Bram heeft meegemaakt!’
‘Rustig Tijl, even dit mailtje afmaken; ik heb zo tijd voor je.’
‘Schiet nou op!’
‘Wat is er met die grote broer van je?’
‘Hij heeft gezien dat iemand met een mes is gestoken.’
‘Joh! Eh… waar? Wat was er aan de hand?’
‘Twee mannen maakten ruzie om een parkeerplaats of zoiets.’
‘Bram bleef bij die bloedende meneer tot de politie er was.’
‘En toen?’
‘Toen wilde de politie weten wie hij was.’
‘Ja, Bram, omdat hij een getuige was.’
‘Identificatie op de plaats delict.’
‘Niet zo moeilijk oop.’
‘Bram moest aantonen dat hij Bram was.’
‘Ja, stom hè!’
‘Nee, waarom stom?’
‘Die politieagent was onze buurman René! Die kent ons toch!’

De familie groeit Willem. Leest weer lekker weg. Grt
Dank je wel Luc. Ik zal het met de familie overzichtelijk houden 🙂