Omdat meedoen simpel, leuk en een goede schrijfexercitie is, ga ik me vooral op dat laatste richten. Echter dit net ingetikt hebbende, stuit ik al op de vraag: wat wil ik dan oefenen? Minder dan honderd woorden resten mij om “iets tot kunst te baren”, want dat is toch waar oefenen spreekwoordelijk voor bedoeld is? Hoeveel weeën heb ik nog te gaan – ik besluit dit proces figuurlijkerwijs als een bevalling te beschouwen – voordat de amper opgedroogde inkt, wederom niet letterlijk te nemen, in de grijpgrage handen van recensenten, waar ik jullie ook toe reken, aan alle kanten wordt bekeken en bevoeld voordat het hoge woord, mitsgaders het tijdig opborrelt, door een snel te benoemen voorzitter wordt geuit: ‘dit is Kunst’.

Recente reacties