‘Hè, ook dat nog.’ Het restant van de pannenkoekenmix stoot ze van het aanrecht: één witte massa.
De eerste pannenkoeken zijn voor de kinderen. Maar nu even niet. Het mag niet van mevrouw Koopmans en consorten. Als ze stofzuigt ruikt ze een aangebrande lucht; het gas stond nog hoog, in de pan een pannenkoek met een zwarte rand.
Het smaakt haar niet, zonder de kleinkinderen. Ze is doodmoe van de hele situatie. Wel of geen prik?
‘Ik ben mevrouw Koopmans’ – een vrouw die al vergevorderd is met haar degeneratie pakt een spuit… Haar wenkbrauwen worden steeds zwarter, d’r haar witter. ‘Ik zal je prikken, ik zal je prikken!’
NÉÉ…!
Het is donker in de kamer. Ze gaapt en gaat koffiezetten.


Recente reacties