Zoals altijd ga ik achterom. Er brandt geen licht. Niemand staat er voor het raam om me op te wachten. Ik heb ook niet gebeld, toen ik van huis ging. De telefoon is afgesloten.
De sleutel hangt in de schuur. Ik struikel over mijn vaders klompen. Ik pak ze op en zet ze bij de achterdeur, zodat ik ze niet kan vergeten.
Een laatste ronde door het huis. Alles is leeg, op de pet na op de trap. Ik druk de pet tegen mijn neus. Hij ruikt nog steeds naar vader. Niet naar ziekte, zoals de laatste dagen dat we hier met zijn tweeën waren. Even is hij weer heel dicht bij me. Ik slik. Alles in me schreeuwt ‘papa’.

@Annet. Een moment om te koesteren, een slotakkoord. Niet iedereen krijgt die kans.
Excuus, te vergeten bij Annette….
@Annet: ik het voelen, eenzaamheid, verdriet in zo’n verlaten huis. Van mij had daarom de laatste zin niet gehoeven
@Louisa ik begrijp je helemaal. Qua verhaal is het een verschrikkelijk einde, maar niet elk gevoel is een verhaal. Het gaat niet om een verlaten huis. Het gaat niet eens over verdriet. Op een zeker moment is dat een gepasseerd station. Het gaat om het gevoel je nooit meer geborgen te weten.