We deden het al lang zo, op routine. Wanneer de nacht viel gingen we stilletjes aan land, niet eenvoudig voor drie boten vol opgefokte mannen. De bewoners van het dorp waren volkomen verrast als we ineens in hun huizen stonden. Een enkeling wist nog een hooivork of dorsvlegel te grijpen. Dat waren de gelukkigen, zij hoefden niet toe te zien hoe we hun vette vrouwen verkrachtten alvorens de sieraden van hun lijven te snijden. Alle kasten van de hel trokken we open.
Tegen het ochtendgloren keerden we met de buit terug naar de schepen. De liederen klonken het mooist met een achtergrondkoor van gillende vrouwen en jankende kinderen, op het ritme van de knetterende, bulderende vlammen van een brandend dorp.

@tslinger. Gruwelijk maar goed geschreven.
Misschien wel de ware strooptocht. Misschien is de mens wel de meest gruwelijke stroper?
@tslinger. Beeldend beschreven stukje geschiedenis.