‘Je hebt gehoord wat de dokter tegen je zei. Het gaat vanzelf weer over.’ Ik geloofde de dokter, en ik geloofde mijn moeder.
Toch wilde ik meer horen, dus vroeg ik het weer… Het precieze antwoord weet ik nog goed. Hoe ze me geruststelde? Niet door te zeggen ‘we gaan allemaal dood’. Dat zeg je niet tegen een kind. Maar door zichzelf en mijn vader in een uitzonderingspositie te plaatsen. Dat alleen oude mensen doodgingen, vaders die niet goed konden autorijden een ongeluk kregen.
Dat wilde ik graag geloven, want alleen oma was oud. En mijn vader kon goed autorijden.
Nu weet ik beter, meer dan me toen is verteld, maar wie me gerust kan stellen weet ik niet meer.


Han, ter geruststelling: alleen andere krijgen enge ziektes.
andere – andere mensen
@Ewald. Dat is een hele geruststelling.