Het is de zoveelste lege zondag. Ik kijk naar ‘De Zevende Dag’ op één en onderbreek de lethargie met een laat ontbijt. Ik eet boterhammen.
Ik veeg de broodkruimels van tafel, in mijn hand. Het is iets in die beweging … Ik zie andere kruimels voor me die ik van een andere tafel aan het vegen ben, op een andere dag: van een tafel in een klein appartement, te Salamanca. Ik zie ook haar, heel even, aan ons tafeltje zitten. Haar handen, haar gezicht, haar lijf… haar volkomen wezen. Het is té wezenlijk. Té echt. De pijn wordt te scherp en ik onttrek me van het beeld.
Een kruimel… overtuig ik mezelf. Ze is nog slechts een kruimel in mijn geest.

‘Ze is nog slechts een kruimel in mijn geest.’ Mooi gevonden.
Ik onttrek me van – ik onttrek me aan
Dankjewel, Ewald, voor het compliment en de correctie. Ik pas het aan in de persoonlijke versie want hier gaat dat nog niet. Ik geloof dat ik nog meer moet posten daarvoor.
Ik denk trouwens ook dat het ‘doorbreek’ de lethargie moet zijn, bij herlees. Maar kan het dus niet aanpassen.
‘Doorbreek’ is inderdaad beter.
Interessant