Ik was onderweg naar de bibliotheek toen ik hem zag.
Alleen op een bankje, naast hem, een grote plastic tas. Hoe dichter ik kwam, hoe meer ik hem rook. Aarzelend vroeg ik of ik erbij mocht komen.
“Heb je al gegeten vandaag?” vroeg ik.
“Een yoghurt. Gekregen. Vannacht ook een paar blikjes en een jas. Ik krijg veel.” Hij straalde.
“De truc is om niet te lang op dezelfde plaats te blijven, dat hebben de mensen niet graag.”
“Heb je een slaapplek?” vroeg ik.
“Buiten, overal heb ik geslapen, ook in het buitenland, daar is het warmer. Alleen een bad mis ik soms. Vroeger had ik alles.”
Hij ging verder en ik luisterde geboeid naar de roman van zijn leven.

Tiny, leuk bedacht dat voor sommigen de opwarming nog zo slecht niet zou zijn.
Je plaatst aanhalingstekens sluiten om vervolgens dezelfde spreker op een volgende regel, na aanhalingstekens openen’ weer verder te laten praten. Dat is niet correct en onduidelijk bovendien.
Voorbeeld:
“Een yoghurt. Gekregen. Vannacht ook een paar blikjes en een jas.”
“Ik krijg veel.” Hij straalde.
“Een yoghurt. Gekregen. Vannacht ook een paar blikjes en een jas. Ik krijg veel.” Hij straalde.
“Buiten, overal heb ik geslapen, ook in het buitenland, daar is het warmer.”
“Alleen een bad mis ik soms.”
“Vroeger had ik alles.”
“Buiten, overal heb ik geslapen, ook in het buitenland, daar is het warmer. Alleen een bad mis ik soms. Vroeger had ik alles.”
PS Een punt achter de titel is geen goed idee.
Dank je Ewald.
Ik heb het aangepast, het was inderdaad verwarrend.
Graag gedaan, Tiny.