“Heb ik me nou echt gigantisch in je vergist? Ik dacht dat je zo een verhaal op papier gezet kon krijgen.”
Koen kijkt zijn vrouw teleurgesteld aan.
“Ik heb je toch gezegd dat ik het momenteel niet kan door alles wat er speelt,” zucht Mir met tranen in haar ogen verdrietig.
“Dat kan wel waar zijn, maar ik had wel een beter resultaat dan dit miezerig stukje tekst verwacht, zo krijg ik natuurlijk geen voldoende.”
Mir vindt het niet eerlijk dat ze op iets wat ze eigenlijk niet hoeft te doen, wordt afgerekend.
“Ga je nou ook nog zitten janken,” sneert Koen.
Op dat moment wordt Mir wakker en beseft dat het haar eigen onzekerheid is die haar parten speelt.

Beste Miriam, de titel ‘Alweer niet’ spreekt voor zich. Drie uitroeptekens en drie vraagtekens voegen weinig toe en is naar mijn smaak stilistisch niet fraai. De kracht van je stukje moet uit de tekst blijken en niet uit leestekens in de titel.
De onmacht van de hp komt in je stukje duidelijk genoeg naar voren.
Tussen ‘verwacht’ en ‘zo’ hoort een komma of eventueel een punt.
Bedankt voor je feedback
Eens met Ewald. Geen uitroeptekens of vraagtekens in een titel.
Nog een paar puntjes:
In regel 1 en 2 het woordje âzoâ. Ik zou het één keer vervangen door een ander woord.
âMet tranen in haar ogen aanâ. > âaanâ moet weg.
âZo krijg ik geen voldoendeâ > dat snap ik niet helemaal. Schrijft de hp de tekst voor een studieopdracht van haar man?
Tussen âdoenâ en âwordtâ zou ik een komma plaatsen
âHaar eigen onzekerheid watâ > âhaar eigen onzekerheid dieâ
Dat is wel de insteek dat de hp een tekst voor een opdracht van haar man schrijft. Bedankt voor je feedback