Onze pastoor was een belangrijk man. Hij stond in de kerk op het altaar, letterlijk hoger en op afstand. Heel af en toe kwam hij langs. Ik weet niet waarover hij dan sprak met mijn ouders. Wel dat hij altijd een sigaar kreeg aangeboden. Je voelde zijn gezag.
Toen ik ouder werd, nam ik afstand van de kerk. Ik voelde de warmte niet, waarover werd gepreekt, ik zag niet wat er gevierd werd tijdens een viering.
Toen hoorde ik over het arbeidspastoraat: aalmoezeniers die vaak werkten in de zware industrie: de havens, de mijnen. Ze leefden vanuit hun solidariteit met arbeiders. Zij lieten me zien dat écht geloven niet binnen het kerkgebouw hoeft te gebeuren.
Daar geloof ik wel in.

@Lisette. Mooi stuk. Veel herkenbaar weer. De pastoor bij ons, hij leeft trouwens nog, was in mijn beleving toen al oud. Volop gezag en iedereen groette hem en hij groette iedereen. Op zijn fiets door het dorp compleet met hoed. Wellicht op weg naar de volgende sigaar. Het was en is altijd meneer pastoor.
Wellicht komt dat dan weer doordat ik de klassieke opleiding heb genoten, idd, die van misdienaar. En gelukkig was die zoals het hoort zonder narigheid zoals bij Han. Fijn dat je nog gelooft! Dat doe ik namelijk ook.
Grtn
Weer een mooi en authentiek verhaal, @Lisette.
@Rop: fijn, die herkenning.
@Nel: dank voor je compliment.