Ik voel zijn ogen branden in mijn rug. Heel kort hebben we oogcontact. Een golf van zenuwen brengt me aan het wankelen.
Hij was er opeens, ‘Aantrekkelijk-en-eind-dertig’ en sindsdien iedere donderdag. Door de ruit van het yoga lokaal kan ik hem precies zien. Nonchalant en zelfverzekerd zit hij aan de bar. Een flesje AA in zijn rechterhand, zijn mobiele telefoon in zijn linker-.
Tot zover mijn concentratie. Mijn ‘Brug Pose’, normaliter één van mijn favoriete asana’s, mislukt compleet.
In een poging uitermate sierlijk in de brug te belanden zet ik mijn hand verkeerd neer met als gevolg dat ik een roekeloze achterwaartse snoekduik maak. Het volgende moment word ik aangekeken door 14 paar vrouwenogen. Ben ik zojuist buiten bewustzijn geweest?

@Louisa. Heel begrijpelijk hoor, zo’n afleiding. Ook heel verklaarbaar trouwens. Onze gevoeligheid voor afleiding is ontwikkeld door de duizenden generaties voor ons, wier overgeërfde genen de snelheid van de signaalgeleiding langs zenuwuitlopers bepalen.
Zit daar dus vooral niet over in, want wij mensen zijn nu eenmaal net systeemkasten van IKEA, waarvan de actuele modellen ook het product zijn van een voortschrijdende perfectionering dan wel degeneratie van de functionaliteit.
@Cesar; eigenlijk jammer dat het ondanks de evolutietheorie nog steeds noodzakelijk is om yoga of een andere vorm van lichaamsbeweging te beoefenen… Onevenredige stijging van het risico op gênante situaties ?
Haha, leuk beeld Louisa 🙂
Dank je wel Inge