Ik raak langzaam de weg kwijt in een tiental 2punt0wegen. De wandelpaden die ik betreed lopen door een onherbergzaam gebied. Er is sprake van bergen, maar ik zie slechts heuvelen. De Cauberg daarentegen is weldegelijk een berg. Een om tegen op te zien. Vraag het een willekeurige fietser. De Limburgers gaan prat op hun bergen vol zwarte steen en hun holle wegen. Maar in mijn geval ondermijnen ze mij alleen maar. Het is ook nog eens snikheet. De zon schijnt niet, hij bakt. Plots komt een herdershond aangelopen. Hij kijkt vervaarlijk en gromt luidkeels. Hij lijkt verdwaald uit een dagboek en heeft het op mij gemunt. Gelukkig heb ik een skatebord bij. Snel spring ik erop. Halfpipe ontsnap ik ternauwernood.

Beste Mien, wel degelijk wordt wel degelijk als wel degelijk geschreven.
Prima.