‘Je moet gaan hardlopen, ik heb gelezen dat het werkt. Dan komt er een stofje vrij en zo, en dan ben je zo weer blij. Dat hebben ze onderzocht.’
Ik kijk onder mijn kussen vandaan naar hem op. In zijn glimlach voel ik medelijden, maar ook irritatie. Dan trek ik het kussen weer over mijn hoofd en draai ik me om.
‘Wil je dat ik ga?’ gaat hij verder.
Het maakt me niet uit. Ik wil wel wat zeggen, maar het lukt niet.
‘Heb je honger?’
Ik weet het niet. Maar weer komen er geen woorden.
Hij gaat weg.
Drie dagen later is hij terug, ik open de deur in mijn pyjama.
‘Hé, hoe is het? Heb je al gerend?’

Recente reacties