Je hebt zo van die wandelaars die stevig doorstappen. Gemiddeld zijn ze boven de 67 jaar jong. Met de blik op stoer en gericht op pakweg een meter van hun schoenen naar de grond. In beide handen een wandelstok. Een dunne ijzeren of van aluminium. Bij voorkeur telescoop, zodat ze tot de juiste maat uitgetrokken kunnen worden. Onverstoorbaar volgen ze hun weg. Vlak ze niet uit, deze ijverige stappers. Ze lopen dwars door en over u heen. Meestal hebben ze ook een funny walk. Dan zwiepen ze met een been of trekken tijdens het lopen wat naar links of rechts. Met de stok kloppen ze dan de maat. Of juist niet. Wandelstokpaardjes zijn het. Met een bijzondere dressuur en ongezadeld.

Met acht schroeven in mijn enkel en onderbeen vermijd ik het gewandel. Ik pak de fiets.
‘Wandelstokpaardjes’ heeft een mooie klank als woord, Nederlandser en vanwege het woordspel poëtischer dan nordic walking stokken. (In elke taal trouwens weer anders gespeld: nordic walking/ Nordic Walking/ Nordic walking. Het mooist in het Fins: sauvakävely)
Er zijn ook wandelstokken met een paardenhoofd/paardenkop (doorstrepen wat voor u niet van toepassing is, zie ook Onze Taal hierover). Dat zijn vaak elegante wandelstokpaardjes.
En een duo dat samen met stokken wandelt heet dan denk ik een wandelstokpaartje.
@Luc: naast Solutie dan niet vergeten een schroevendraaier mee te nemen.
@Cesar: als ze van de cavalerie zijn of manege dan is het een nordic walking wandelstokpaardjepaartje. In het Fins: sauvakävely kavistîktripitråpiplökskeljet.