De eerste zin moet er boenk op zijn. Het is een ongeschreven wet in de literatuur en het belang ervan kan niet voldoende onderstreept worden wegens te vaak met de voeten getreden. De nieuwsgierigheid van de lezer is geprikkeld en hij blijft verder lezen, al is de rest van het verhaal of de exposé kinkklare onzin of slaapverwekkend oeverloos gezwam, hetgeen al eens kan gebeuren bij een exposé.
De grote romancier Guillaume Chevalier heeft er een werk aan gewijd: “De eerste zin moet er boenk op zijn,” met enkel openingszinnen van verhalen waar we, in dit geval althans, er verder het raden naar hebben, maar die mogelijks kinkklare onzin waren. Maar de eerste zin, die was er telkens boenk op.


Voor de titel geldt dit ook. Zonder prikkelende titel, geen zin.