‘Wat scheelt eraan?’
‘Je kent het wel.’
‘Ik vermoed iets, maar vertel.’
‘Dat is nu juist het probleem, dat gaat niet meer.’
‘Probeer het toch maar, anders kan ik geen diagnose stellen.’
‘Oké. Komt ‘ie.’
‘Hou maar op.’
‘Maar ik heb nog niets gezegd?’
‘Gebruikt u het al lang?’
‘Wat?’
‘ChatGPT.’
‘Nou…’
‘Ja, het vergt wat moed. Maar ontkennen heeft geen zin, als je geen eigen zinnen meer maakt – ik vermoed dat u “komt ‘ie” met een apostrof schrijft?’
‘Ja.’
‘Hartstikke fout. Je schrijft “komt-ie” hooguit met een koppelteken. Dat komt er nu van als iedereen zegt dat je in spreektaal moet schrijven: wat is dan de juiste schrijfwijze, hè? – en niet “hé”.’
‘Wat is uw diagnose?’
‘ChatGPTitis met schrijftaalarmoede.’


Ik moet zeggen, de vertaalapps vind ik toch wel erg handig en ze worden steeds beter! Teksten schrijven kan ik gelukkig nog steeds zelf. De schoolgaande jeugd maakt er wel handig gebruik van.
Haha.
Luc. Vertaalapps? Zoals?
Lousjekoesje. Gelukkig heb jij wel humor.