Hij tuurt maar naar een gevel. ‘Kan ik u helpen,’ vraag ik aan een man die ogenschijnlijk de weg kwijt is.
‘Opeens werd ik deze buurt ingetrokken. Hier heeft Rietje gewoond, toen we nog vreemden van elkaar waren. We zwaaiden alleen. Gek eigenlijk dat je je leven met een vreemde gaat delen. Haar moeder was een burgerlijk type en haar vader een tiran, voor wie ik als jonge jongen alles moest doen. Dat deed ik, voor Rietje. Toen Rietje aan de gevreesde ziekte overleed en haar moeder vlak daarna, zat ik met een vreemde opgescheept die me wéér helemaal opeiste. Ik accepteerde het maar, voor Rietje.’
‘Ze is u vast dankbaar. Ergens.’
‘Zou u denken?’
‘Vast wel.’
‘Ach, mijn Rietje…’


Recente reacties