Eetbaar schelpdier vaak met een tot parel verworden zandkorreltje, gesloten iemand. Dat laatste is wel zeer treffend. Een ruwe diamant zogezegd. Eentje die zichzelf niet oppoetst, de bescheidenheid zelf. Ze bestaan, maar ze zwijgen erover. Zelfs als ze aanspoelen bij vloed. Ze hebben een bloedhekel aan eb. Ze ebben dan ook nooit weg, maar blijven stoer liggen. Tot de volgende vloedgolf die over hen heen valt. Gezouten zijn ze dan wel eetbaar. Ongezouten het commentaar van de vinder. Het smaakt nergens naar. Totdat? Een chef-kok zich over hen ontfermt. Bij voorkeur een Librije. Mag ook eentje uit de opvolging zijn. Wie van de drie? Aandelen hebben ze zat. Maar met welk aandeel wil u aan tafel, lieve lezer? (K)oester ze!!!

@Mien: gevalletje ‘stille wateren, diepe gronden’?
Dat heb ik nog nooit geproefd. Een bijzonder feit dat er parels uit komen.