‘Wat? Het is toch zeker zo…’
Je kunt van Willem zeggen wat je wilt, maar niet dat hij opeens met mooi weer last heeft van een goed humeur.
‘Moet je die prijzen zien, ook nog slecht getapt. Twee vingers schuim, zo hoort het, en geen vingers van een bootwerker.’
‘Wilt u niet roken, meneer?’ kucht een vrouw met een Oostblok accent en haar dat bijna de parasol raakt.
Willem draait zich langzaam om, bekijkt haar en zegt: ‘Er staan asbakken en je hebt zelf je haar opgestoken. Wat is het probleem, moppie?’
‘Wat verbeeldt die Oekraïense doos zich wel niet! – ik heb trek: “C-r-o-q-u-e-t”, ouderwets lekker. Jij ook?’
‘Nee, Russisch ei, Willem.’
‘Russisch?! Heb je dan geen enkele moraal meer?’


Beeldend Han, met plezier (misschien wel meer dan Willem voor mogelijk houdt) gelezen.
Alice, dank je wel, als ik hem tegenkom, zal ik het Willem zeggen.