‘Hoe zachtkens glijdt ons bootje’. Bepaald niet het favoriete kinderliedje voor de heer Vreeswijk. Was eerst de stad ontoegankelijk door die verkleedoptocht met bootjes door de Amsterdamse grachten met extravagante, vreemdsoortige mensen, waar je zachtkens niet eens wat van mag denken, nu wordt zijn stadse vrijheid belemmerd door Sail. En dan mag het wel, schepen – of zijn het boten, dat weet hij nooit – die je doen denken aan de VOC-tijd, maar met jolijt en alle egards worden begroet door het gepeupel. Ja, het zijn voornamelijk replica’s, maar dat zijn de herinneringen niet aan de slaven in het geknechte vooronder, die je ‘tot slaaf gemaakten’ moet noemen, in eufemistisch krom Nederlands.
De stad geniet, geef het deugdzame volk boten en schepen.


Recente reacties