Zes uur. De heer Vreeswijk drukt op de snoozeknop, staat op, loopt naar de keuken, zet het koffiezetapparaat aan en snoozet nog negen minuten door, dan is de koffie doorgelopen.
Scheren, douchen, broodsmeren. Vier boterhammen in het trommeltje. Kopje koffie, pak aan en stropdas om.
Goed begin: de trein heeft vertraging, zoals hij was gewend.
Station uit, paraplu op. Vijf voor halfnegen bij de kantooringang; heerlijk, hij hoeft niet naar binnen, al twee jaar niet meer. Terug naar het station. De Sprinter van negen uur boemelt hem naar huis. Het is licht en hij opgelucht.
Paraplu in de bak, stropdas af en huiskloffie aan. Brood uit het trommeltje, kopje koffie.
De heer Vreeswijk wil dit maandagochtendpensioengeluksgevoel vasthouden, voordat gewenning went.


Goed stukje, Han. Hoewel ik altijd schrik van de grote letters hier bij de titel, doet het mij denken aan mensen die na een ongelukkig ontslag, nog elke ochtend op pad gaan naar zogenaamd werk. Met groot schaamtegevoel.
Dat de heer Vreeswijk terecht geniet van zijn geluksgevoel.
Levja. Dank je. Ja, de lay-out leent zich hier niet echt voor. Toch wilde ik dit woord gebruiken als tegenhanger van ‘werkgeluk’ dat je vaak hoort. Er zijn zelfs coaches voor.
Han, ter verduidelijking, het woord vind ik een ware ‘vondst’.
Inderdaad leent de lay-out zich hier niet voor.
Levja, dank je wel.