‘En toch houdt het mij bezig, Vreeswijk.’
‘Eet nu maar je eitje, nicht Alida.’
‘Stel je voor dat dit het laatste eitje is, dan is er geen kip meer te zien.’
‘Vier minuten gekookt, zoals moeder deed.’
‘Er zit toch geen pevaas in, Vreeswijk?’
‘PFAS, Alida. Nee.’
‘Nou, het aantal kinderen die PFAS-eieren eten neemt toe.’
‘Het aantal kinderen dat PFAS-eieren eet, Alida. Na het aantal volgt een enkelvoudige persoonsvorm.’
‘Het zijn toch meerdere kinderen, Vreeswijk?’
‘Eigenlijk klopt kinderen die eieren eten ook niet. Dubbel meervoud – nog meer bevruchte eitjes, je moet er niet aan denken – één kind, twee kinder, één ei, twee eier. Net zoals in het Duits schreven wij dat vroeger ook zo.’
‘Ik hoef geen eier, Vreeswijk.’


Ik wens dhr. Vreeswijk en Alida alvast een fijne Koningsdag! Hoezee! Driewerf hoera!